Behandeling van de tenniselleboog
Wetenschappelijk onderzoek BEHANDELING VAN EEN TENNISELLEBOOG P.A.A. Struijs, G.M.M.J. Kerkhoffs, W.J.J. Assendelft en prof. C.N. van Dijk.
Achtergronden en doelstelling Epicondylitis lateralis humeri, ook wel ?tenniselleboog?" is een klacht die vaak wordt gezien in de huisartsenpraktijk.
De klassieke patiënt presenteert zich met pijn aan de laterale zijde van de elleboog, verergerend tijdens aanspannen van de extensoren van de onderarm.
Met een incidentie in diezelfde huisartsenpraktijk van 4-7 per 1.000 patiënten per jaar is het qua aantal een omvangrijke aandoening. Het leidt bovendien in ongeveer 10% van de patiënten tot een ziekteverzuim van gemiddeld 11 weken. De aandoening heeft over het algemeen een mild beloop, maar duurt onbehandeld gemiddeld 6 maanden tot 2 jaar. Er zijn een aantal behandelopties beschreven. Een probleem voor de behandelend arts is dat uit het brede scala van behandelopties geen optimale behandeling is te identificeren. Een van de oorzaken hiervoor is het gebrek aan adequaat evaluatieonderzoek. Het belangrijkste doel van deze studie was om de effectiviteit van een brace, een fysiotherapeutisch regime en een combinatie van de beide genoemde behandelstrategie?te vergelijken en om op die manier richting te geven aan de discussie rondom de optimale behandelwijze van een "tenniselleboog".
Studieopzet De studie omvat een overzicht van de huidige aanwezige literatuur betreffende de effectiviteit van orthesen, ondersteunende hulpmiddelen waaronder braces, in de behandeling van tenniselleboogklachten. De literatuur werd systematisch nagezocht in 5 elektronische databases, referentielijsten van gevonden artikelen en middels contact met experts op het gebied van "tenniselleboog". Alle gevonden gerandomiseerde klinische trials werden door twee reviewers onafhankelijk beoordeeld op validiteit. Uitkomsten uit de gevonden trials werden geextraheerd en uitgedrukt als Relative Risks (RRs) in het geval van dichotome uitkomstmaten of Standardises Mean Differences (SMD) in het geval van continue uitkomstmaten. Er werden vijf trials geconcludeerd, alle met slecht kleine patiënten populaties. De validiteit varieerde van 3 tot 9 positieve items op een lijst met 11 validiteititems. Sensitiviteitsanalyses en het statistisch samenvoegen (?pooling?") van de resultaten was niet mogelijk door het beperkte aantal trials en de heterogeniteit. Er konden geen definitieve conclusies worden getrokken over de effectiviteit van orthesen voor tennis-elleboogklachten. Meer goed opgezette trials van voldoende omvang ("power") zijn hiervoor gewenst. Om die reden werd het Epicondylitis Lateralis Onderzoek (de ELO-trial) gestart. In deze studie werden een brace, een fysiotherapie behandeling en een combinatie van beide vergeleken. De verschillen in uitkomsten werden vergeleken op 6, 26 en 52 weken na het begin van de studie.
Resultaten Hoewel de resultaten niet eensluidend bleken, lijkt een brace voor ondersteuning tijdens dagelijkse activiteiten een zinvolle therapie: het is relatief goedkoop en nuttig om het natuurlijk beloop te helpen afwachten. Dit potentieel gunstige resultaat voor braces zal, alvorens duidelijke aanbevelingen kunnen worden gegeven, echter eerst moeten worden herhaald in andere trials. Binnen deze studie werd de zogenoemde ?extensor knijptest?" onderzocht op een mogelijke voorspellende waarde van een goed resultaat van de alleen-brace behandeling. Tijdens de test wordt de werking van de brace nagebootst terwijl de pati? tegen weerstand met de pols een strekkende beweging uitvoert. Vervolgens wordt beoordeeld of de pati? duidelijk minder pijn heeft (positieve test) of niet (negatieve test). De test bleek een goede voorspeller van het effect van de brace. Conclusies Concluderend blijkt er wat betreft de resultaten geen duidelijke voorkeur te bestaan voor een behandeling. De ?extensor knijptest?" lijkt echter een goede voorspeller van het effect van de brace. Advies bij de behandeling van een tenniselleboog De onderzoekers raden een huisarts aan om bij een pati? met een tenniselleboog de extensor knijptest uit te voeren. Indien de test negatief is, dan dient geen brace voorgeschreven te worden. Een fysiotherapiebehandeling is dan effectiever. Belangrijke vraag blijft echter of alle behandelmethodes qua effectiviteit superieur zijn aan een afwachtend beleid (m.a.w. niets doen)
Bron: Bauerfeind Bulletin
